Lucas 4: 16-34

Gepubliceerd door Nelianneke op

We starten een nieuwe serie uit het evangelie van Lucas. Dat evangelie laat zien dat Jezus er is voor alle volken, en dat Jezus speciale aandacht heeft voor mensen in de marge. Beide elementen zie je in deze tekst terug.

Het Evangelie voor de armen

Dienst 02 januari 2022, Voorganger: ds. Jasper Klapwijk

Korte samenvatting van de preek

  • Als Jezus in de synagoge van het stadje waar hij is opgegroeid de kans krijgt een bijbellezing + uitleg te doen, kiest hij Jesaja 61: 1-2. En zijn preek is heel kort: deze tekst gaat over mij!
  • Daar worden de mensen in Nazareth best enthousiast van: Jezus komt hen bevrijden van de Romeinen, mooi! Ook voor ons een risico dat we het evangelie zien als een mooie boodschap, maar dat het ons ontgaat dat we zelf het grootste probleem zijn, en niet de situatie.
  • Jezus laat ze voelen dat de ‘armen’ die hij komt redden, mensen zijn die beseffen dat ze met lege handen voor God staan, en dat buitenlandse randfiguren als de weduwe va Sarfat (1 Kon 17) en Naäman de melaatse Syrische generaal (2 Kon 5) dat zomaar beter door hebben dan religieuze mensen van Gods volk.
  • Dat doet het ‘Hosanna!’ omslaan in een ‘Kruisig hem!’. Want het moeilijke van genade is dat het betekent dat je niks in te brengen hebt, en niet beter bent dan wie dan ook.
  • Om genade te ontvangen moet je dus een geestelijke bedelaar zijn. Maar waarom heeft Lukas dan zoveel aandacht voor armen, herders, Samaritanen, vrouwen, tollenaars, kortom: mensen in de marge?  Omdat die beter voorgesorteerd staan voor het evangelie van de genade: ze weten al dat hun situatie slecht is en dat ze zichzelf niet kunnen redden en hoeven minder hun stand op te houden. Niet voor niets groeide de kerk in het begin vooral onder mensen in de marge en minderheden.
  • OK, maar wat betekent dat voor ons rijken?  Een paar dingen:
    • blijf oog houden voor je geestelijke bankroet los van God
    • blijf beseffen dat je uit jezelf  niet beter bent dan wie dan ook
    • zoek je identiteit nooit in macht en geld
    • wees er voor mensen in de marge

Bespreking en gebed

Bespreking

  1. Reacties op de preek en het onderwerp van de serie.
    Maak even kort een rondje, waarin iedereen gelegenheid krijgt te reageren op wat in de preek naar voren gebracht werd. Wat deed het je? Wat leerde je?
  2. Wat is het heil dat Jezus komt brengen?
    • Laat ieder voor zichzelf op papier omschrijven wat de inhoud is van het heil, de redding die Jezus komt brengen. Benoem als het kan verschillende aspecten.
    • Ieder leest nu voor wat hij of zij opgeschreven heeft. Bespreek het vervolgens samen. Zijn er grote verschillen? Zijn er zaken die opvallen?
  3. Het voordeel van de armen.
    • In welk opzicht kan armoede en afhankelijkheid bijdragen aan je geloof en vertrouwen op God? Noem zoveel mogelijk aspecten.
    • Kun je het begrijpen dat veel christenen voor vrijwillige armoede kozen omdat dat hun dichter bij God bracht?
    • Ken je voorbeelden van christenen die een voorbeeld zijn juist doordat ze in de ogen van veel mensen niet veel voorstellen?
  4.  Gesprekspunten:
    • De boodschap van Jezus aan de mensen in Nazareth lijkt te zijn dat juist kerkmensen het risico lopen de kern van de boodschap van genade te missen.
      Herken je dat? In welk opzicht wel/niet?
    • Heeft God een voorkeur voor de armen? Waarom wel/niet?
    • Het evangelie van genade roept naast waardering ook altijd weerstand op. Herken je daar iets van bij jezelf? Ken je voorbeelden uit de bijbel?

Gebedsvorm

  • Ieder heeft het heil dat Jezus komt brengen omschreven. Laat ieder nu als begin van het gezamenlijk gebed God danken en loven voor zijn heil en redding.
  • Wat zijn vandaag de dag de gemarginaliseerde groepen in de samenleving? Inventariseer ze, en bidt daarna gericht voor deze groepen.
  • Neem in het gebed een moment van stilte waarbij iedereen bidt voor die mensen/personen waar hij of zij de neiging heeft om op neer te kijken.

Achtergrondinfo over het evangelie van Lucas

Uit: Beter Nieuws uit het Nieuwe testament, van Jasper Klapwijk

Evangelie van Lucas – Inleiding

De schrijver

Volgens oude bronnen is Lucas de schrijver van zowel het derde evangelie als van het boek Handelingen (vergelijk Luc. 1: 1-4 met Hand. 1: 1-3). Lucas was een arts (Kol. 4: 14) die de apostel Paulus vergezelde tijdens een deel van zijn zendingsreizen. Als je Handelingen leest zal je merken dat er soms geschreven wordt over ‘ons’ (bijv. Hand. 16: 10-17), als teken dat Lucas dan samen reisde met Paulus. In 2 Timoteüs 4 schrijft Paulus vanuit de gevangenis in Rome, waar alleen Lucas bij hem is (2 Tim. 4: 11). Waarschijnlijk was Lucas van griekse afkomst (Kol. 4: 11, 14).

Lucas zegt dat hij zijn boeken geschreven heeft na alles goed onderzocht te hebben (Luc. 1: 1-4). Hij kende Marcus (Filem.: 24) en de evangelist Filippus (Hand. 21: 8) persoonlijk, en hij heeft ook Jacobus, de broer van Jezus ontmoet (Hand. 21: 18). Tijdens de twee jaar dat Paulus gevangen zat in Jeruzalem en Caesarea had Lucas tijd om iedereen te ondervragen, die Jezus had gekend en zijn wonderen had gezien en zijn woorden gehoord.

Kenmerken

Lucas laat in zijn boeken zien dat Jezus de Redder van de wereld is. Hij benadrukt dat het evangelie voor iedereen is. Het is ook opmerkelijk dat Lucas, zoals te verwachten is van een arts, veel aandacht heeft voor de minderbedeelden: zieken, herders, armen, tollenaars, Samaritanen, enz. De barmhartigheid van Jezus is een belangrijk thema van zijn evangelie. Lucas 19: 10 vat mooi de boodschap van dit evangelie samen: “De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.”

De Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.

Lucas 19: 10

Vergelijking met Matteüs en Marcus

Lucas behandelt veel onderwerpen die we ook vinden bij Matteüs en Marcus, maar hij vult ook veel dingen aan op basis van zijn eigen onderzoek. Lucas vertelt bijvoorbeeld over de geboorte van Johannes de Doper en van Jezus. Verder vertelt Lucas veel over de gebeurtenissen tijdens de reis van Galilea via Perea naar Jeruzalem (Luc. 9: 51 – 19: 27). Lucas vertelt trouwens niet alles in chronologische volgorde. Dat blijkt bijvoorbeeld in Lucas 4: 16-30. Lucas plaatst deze geschiedenis vooraan, omdat Jezus hier aankondigt wat Hij komt doen: ‘Ik ben gekomen om het genadejaar van de Heer uit te roepen’. Dit gedeelte is programmatisch voor de rest van het evangelie van Lucas.

Evangelie van Lucas – Verschillende aspecten

Twee historische boeken geschreven aan de ‘hooggeachte Theofilus”

Als we de aanhef van dit evangelie (Luc. 1: 1-4) vergelijken met het begin van het boek Handelingen (Hand. 1: 1-3) valt direct op dat beide boeken geschreven zijn door dezelfde schrijver en opgedragen zijn aan dezelfde persoon, namelijk de hooggeachte Theofilus. We weten niet wie deze ‘Theofilus’ is. Het moet wel een belangrijk man geweest zijn, vrijwel zeker een vooraanstaand Romein. Dit evangelie is dus geschreven aan een heiden. Waarschijnlijk is hij nog geen christen, maar hij heeft wel informatie gekregen over het evangelie van Christus (Lucas 1: 4).
Behalve uit de aanhef blijkt ook verder uit Handelingen 1 dat we hier met een boek in twee delen te maken hebben.  De klassieke manier om een tweede deel van een boek te beginnen was namelijk om in het kort het eind van het eerste deel te herhalen. Dat doet Lucas in Handelingen 1: 1-14.

Hoewel Lucas zelf niet een van de getuigen vanaf het begin was, heeft hij alles heel goed onderzocht en heeft hij zijn boek geschreven op basis van wat hij van getuigen heeft gehoord. Niet voor niets verwijst hij aan het begin van beide boeken naar die getuigen. Mensen die niet geloven doen de evangeliën wel eens af als legenden. Maar iedere literatuurkenner zal direct zien dat het hier niet om een legende gaat maar om een historische tekst. Aangezien in die tijd het genre ‘fictie’ nog lang niet bestond, zijn er maar twee mogelijkheden: dit boek is wat het zelf zegt te zijn, een nauwkeurig verslag van werkelijk gebeurde feiten, of het is een bewuste vervalsing.

Een geschiedenis voor de hele wereld

Wanneer Lucas de geschiedenis van Jezus vertelt, plaatst hij die in het kader van de wereld-geschiedenis. Zo geeft hij op verschillende plaatsen een opsomming van de machtigen die over de wereld heersen. Bijvoorbeeld: “In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië” (Luc. 2: 1-2; zie ook  Luc. 3: 1-2).

Steeds laat Lucas zien dat Jezus de Redder van de hele wereld is. We noemen een aantal punten waaruit dat blijkt:

  • Het geslachtsregister van Jezus (Luc. 3: 23-38)
    Als je het geslachtsregister van Jezus uit Matteüs vergelijkt met dat uit Lucas is er een duidelijk verschil: Matteüs gaat terug via David tot Abraham, de oorsprong van de Joden, maar Lucas gaat terug tot Adam, de oorsprong van de mensheid.
  • De lijn van Lucas – Handelingen
    Je moet Lucas en Handelingen als één geheel zien. Ze beschrijven één geschiedenis. Die geschiedenis begint in Jeruzalem (Zacharias in de tempel, Luc. 1) en eindigt in Rome, in die tijd het centrum van de wereld (Hand. 28). Jezus is gekomen als redder van de wereld.
  • Het zendingsbevel in Lucas
    Na zijn opstanding uit de dood toont Jezus zijn discipelen uit de boeken van het Oude Testament aan dat “in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen.” (Luc. 24: 44-48)
  • Aandacht voor de heidenen
    In het evangelie van Lucas zien we dat de redding niet alleen voor de Joden is, maar ook voor de heidenen. Zo citeert Lucas Simeon die spreekt van “een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen” (Luc 2: 32). Als hij net als Matteüs en Marcus Jesaja citeert om duidelijk te maken wie Johannes de Doper was neemt hij het citaat net even iets langer en voegt hij toe: “en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt” (Luc. 3: 6; vergelijk Mat. 3: 3 en Marc. 1: 3). Het is ook alleen Lucas die vertelt hoe Jezus in de synagoge van Nazaret zijn toehoorders tot razernij brengt door te verwijzen naar de genade die de weduwe van Sarepta bij Sidon  en Naäman de Syriër ten deel viel (Luc. 4: 20-30).

Hij is gekomen om te zoeken en te redden wie verloren was.

In het evangelie van Lucas zien we Jezus vooral als iemand die bewogen is met zondaars, die medelijden heeft met zoekers, die zich het lot van de armen aantrekt, en die er juist is voor achtergestelden in de maatschappij, zoals vrouwen, kinderen, zieken en tollenaars.

  • Herders
    Het is opmerkelijk dat alleen Lucas vertelt dat de herders als eersten hoorden van de geboorte van Jezus. In die tijd waren schaapherders een geminachte groep.
  • Armen
    Niet één van de evangeliën heeft zoveel aandacht voor de armen, en waarschuwt zo vaak de rijken. Zo vindt je de gelijkenissen van de rijke dwaas (Luc. 12: 16-21), van de onrechtvaardige rentmeester (Luc 16: 1-13) en van de rijke man en de arme Lazarus (Luc. 16: 19-31) alleen bij Lukas.
    Je moet wel begrijpen dat het woord ‘armen’ in de Bijbel niet alleen aan economisch armen doet denken. Arm typeert ook de geestelijke houding van volstrekte afhankelijkheid van Gods genade. Maar het is daarom juist de rijke die op moet passen dat financiële onafhankelijkheid niet tot geestelijke onafhankelijkheid leidt.
  • Zondaars
    Lucas benadrukt heel sterk Gods medelijden en vergeving voor zondaars. Zo is het alleen Lucas, die vertelt van de misdadiger die naast Jezus aan het kruis hing en die van Jezus te horen kreeg:”Ik verzeker je: nog vandaag zul je met mij in het paradijs zijn” (Luc. 23: 43, vergelijk Mat. 27: 44 en Marc. 15: 32)). Ook de gelijkenissen van de Farizeeër en de tollenaar (Luc. 18: 9-14) en van de verloren zoon (Luc. 15: 11-32) vind je alleen bij Lucas. Hetzelfde geldt voor de geschiedenis van de zondares die Jezus’ voeten zalfde in het huis van Simon de Farizeeër (Luc. 7: 36-50).
    Daarbij laat Lucas ook duidelijk uitkomen dat notoire zondaars dichter bij Jezus’ koninkrijk zijn dan mensen die een keurig religieus leven leiden. Het is de zondares die aan Simon ten voorbeeld gesteld wordt. Het is de tollenaar die gerechtvaardigd naar huis gaat en de farizeeër niet. Het is de jongste zoon die uiteindelijk feest viert bij vader, terwijl de oudste zoon nog buiten staat. Dit koninkrijk ga je binnen door berouw en bekering en niet door een voorbeeldig leven te leiden.
  • Vrouwen
    In die tijd was het heel vreemd wanneer een rabbi vrouwen als discipel had. Op basis van Genesis 18: 15, waar Sara ontkent dat ze heeft gelachen, leerden de rabbi’s dat vrouwen leugenachtig waren. Lucas benadrukt meer dan de andere evangelisten dat er vanaf het begin ook vrouwen waren onder Jezus’ discipelen, en hij noemt ook meer namen dan de andere evangelisten (Luc. 8: 1-3;  24: 10). Het is ook alleen Lucas die vertelt dat Maria tot irritatie van haar zus Martha ondanks alle drukte als leerlinge aan Jezus voeten ging zitten, en hoe Jezus daar positief op reageerde (Luc. 10: 38-42). Ook de gelijkenis van de weduwe en de oneerlijke rechter (Luc. 18: 1-8) komt alleen bij Lucas voor.
  • Samaritanen
    De Joden minachtten de Samaritanen, want zij dienden God niet zoals het moest. Maar Jezus had wel aandacht voor de Samaritanen. Weer is het Lucas die daar het meeste aandacht voor vraagt. En ook nu weer blijkt het juist de outcast te zijn die ten voorbeeld gesteld wordt aan religieuze mensen. Zo is het de Samaritaan die de man langs de kant van de weg helpt, waar de priester en de leviet aan de overkant voorbij gaan (Luc. 10: 30-37), en als Jezus tien melaatsen geneest is het alleen de Samaritaan die terugkomt om Hem te bedanken (Luc. 17: 11-19).

Wat moeten we met die speciale aandacht voor wat zwak, uitgestoten en veracht is? In zijn eigen tijd kwam deze aandacht voor tollenaren en zondaren Jezus al op kritiek te staan van zijn vrome en wetgetrouwe tijdgenoten (zie bijv. Luc. 15: 1-2). En al hebben de bijbelse hoeren en tollenaren door de tijd een soort aureooltje aangemeten gekregen, nog steeds is voor veel vrome christenen het moeilijk te plaatsen waarom de moordenaar aan het kruis zomaar ineens de hemel in mocht, en de losbol van een jongste zoon voor zijn losbandige leven beloond werd met een geweldig feest. Wat op deze manier heel duidelijk wordt is dat het christelijk leven geen kwestie is van een keurig leven volgens de geboden. Integendeel zo’n keurig leven is maar al te vaak een vorm van zelfverlossing: Wij leven goed, en daarom is God ons wel een feestje verplicht (Luc. 15: 29).

Aan de andere kant is het ook niet zo dat Jezus per definitie aan de kant van de armen en verdrukten staat, zoals de theologie van de revolutie beweert. De vader houdt niet méér van de jongste (verloren) zoon dan van de oudste, zijn hart gaat naar beiden uit. Maar wel is het zo dat mensen, die denken vanwege hun gedrag of positie iets te verdienen, juist daardoor het feest missen. Wie zich niet solidair weet met de grootste zondaar, en wie niet beseft net zo weinig in te brengen te hebben als die moordenaar, die naast Jezus hing, die knapt af op het evangelie van Jezus, omdat het een evangelie van pure genade is.

De reis van Galilea naar Jeruzalem

Terwijl Matteüs en Marcus in één vers vertellen dat Jezus vlak voor zijn sterven uit Galilea naar Judea gaat (Mat. 19:1; Marc. 10: 1), neemt Lucas vijf hoofdstukken om uitgebreid over deze reis te vertellen (Luc. 9: 51 – 14: 35). Hij leidt dit gedeelte in met deze zin: “Toen de tijd naderde dat Jezus van de aarde zou worden weggenomen, ging hij vastberaden op weg naar Jeruzalem”. Ook tijdens het verslag van de reis herinnert hij zijn lezers er verschillende keren aan dat ze op weg zijn naar Jeruzalem (Luc. 10: 1, 38;  13: 22, 33;  14: 25).
Daarmee richt Lucas onze aandacht hoofdstukken lang op het doel van de reis, dat ook het doel van Jezus’ leven is. Hij kwam niet om nu een aards koninkrijk te vestigen, maar om te lijden voor de zijnen en om zo door lijden heen zijn hemelse glorie te bereiken.